HELLP,  Herstel,  Pre-eclampsie,  Prematuriteit,  Trauma

“Ik mag niet klagen, het had toch erger gekund?”

“Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Je bent al lang weer thuis, kunt lopen, praten, eten, ademen. Pas na de zomervakantie, dus na vijf maand, aan het werk gegaan. De eerste weken alleen maar lesgeven en voorbereiden/nakijken. Geen extra taken zoals vergaderen et cetera. Dat is al heel luxe vergeleken met anderen! Gaat toch prima zo?”

IN DE KNOOP MET MIJZELF

Bijna een jaar nadat ik pre-eclampsie leerde kennen (“dag, onaangenaam kennis te maken!”), kreeg ik behoefte om meer te weten over wat er nu eigenlijk gebeurd was met mij. Ik zat nogal in de knoop met hoe het met mij ging en hoe ik vond dat het met mij hoorde te gaan. Ik vond namelijk dat ik al weer veel meer hoorde te kunnen doen. Dat ik een hogere verwachting van mezelf had, ligt kortgezegd aan twee dingen. 1) ik had me aangewend voor mijzelf de lat heel hoog te leggen; 2) ik vergelijk mezelf met anderen die het erger hebben, waardoor ik mijn eigen situatie afrond naar ‘niet zeuren, en door’.

HERKENNING EN OOK VERGELIJKEN

Ik kwam op Facebook een besloten groep tegen met lotgenoten. Wat een herkenning! Ik vond dat voornamelijk heel fijn, want wat was het prettig om te lezen dat ik niet de enige was die last had van onder andere extreme vermoeidheid, problemen met concentreren en snel overprikkeld raken door geluid. Aan de andere kant kreeg ik ineens veel meer info over de ernst van pre-eclampsie en het Hellp-syndroom. Ik las verhalen over moeders die stuipen kregen (eclamptische insulten), op de intensive care of in coma belandden, kindjes die nog weken eerder geboren werden dan mijn dochtertje, kindjes die weken of maanden op de neonatale intensive care lagen, kindjes die het niet overleefden, moeders van wie het leven aan een zijden draadje hing… Ik trok toen de conclusie dat het bij mij zo erg niet was geweest. 

NIETS TE ZEUREN

Mijn dochter was immers geboren bij een termijn van 36+2, ze heeft niet in een couveuse gelegen, kon zelfstandig ademen, ik lag niet op een IC en wij konden al na drie weken naar huis. Bovendien had ik het geluk dat ik bijna direct na mijn verlof de zomervakantie van school had, waardoor ik na 5 maanden pas weer voor de klas hoefde te staan. Ook waren mijn bedrijfsarts en werkgever heel meedenkend, omdat ik me eerst mocht focussen op alleen mijn klassen en geen neventaken hoefde te doen. Dus wat had ik te zeuren? Het ging toch goed met ons? 

EEN ONUITGESPROKEN DEADLINE

Het ging helemaal niet goed met mij. Ik gedroeg me alleen wel alsof het steeds beter ging. De gynaecoloog had mij destijds verteld dat het wel 6 tot 12 maand kon duren voordat ik weer de oude zou zijn. Die 12 maanden, dat werd in mijn hoofd een soort onuitgesproken deadline. Die haal je natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Ik had mijzelf verteld dat ik tot aan die 12 maanden moest opbouwen. Een pauze of terugval bestond in mijn theorie niet. En aangezien het allemaal ‘toch niet zo erg’ was geweest, moest dat gewoon kunnen. 

ALSOF ALLES ZICH TEGELIJK IN MIJN HOOFD WILDE PROPPEN

Nog voordat mijn dochter 12 maanden was, stortte ik in. Ik kon niks, overzag niks, wist niks. Het enige wat lukte was paniekerig huilen. Ik snapte mijzelf niet. Wat gebeurde er met mij? Ik reageerde ook totaal anders op dingen, vooral op iets onverwachts of wanneer er voor mijn gevoel te veel gebeurde. Ik kon het leven niet filteren en het was alsof alles zich tegelijk in mijn hoofd wilde proppen. Ik liep vast. Dat moment was het begin van een lang traject waarin ik mijzelf eerst een heel klein beetje – later steeds meer – tijd durfde te geven om met mijn herstel bezig te gaan. Lichamelijk was ik misschien hersteld van de zwangerschap, maar mentaal had ik niet goed verwerkt wat er allemaal gebeurd was. Dat ik mijn grenzen zo had genegeerd, betekende ook dat ik mijn reserves tot op de laatste druppel had opgebruikt. 

DANKBAAR VOOR EMDR THERAPIE

Alle geestelijke shit uitte zich in lichamelijk niets meer kunnen. Dat zag ik niet direct in. Gelukkig had ik na een aantal maanden een lieve psychologe die besefte dat ik baat zou hebben bij EMDR, een methode voor traumaverwerking. Ik ben haar nog altijd dankbaar dat zij dat aandroeg. Zelf was ik er namelijk van overtuigd dat het bij mij niet zo erg was en dat traumatherapie voor mij niet van toepassing was. Zij had het door: ik zat onbewust met flinke negatieve overtuigingen over mijzelf vanuit de ziekenhuisperiode. Dat belemmerde mijn mentaal herstel. De EMDR hielp gelukkig ontzettend goed.

MIJN MEDISCH DOSSIER

Inmiddels kan ik beter begrijpen dat mijn situatie weliswaar anders was dan ‘ergere’ gevallen, maar dat de mijne net zo goed ernstig was. Wat mij daar ontzettend bij heeft geholpen, is dat ik het medisch dossier van mijzelf heb opgevraagd. Het was een pakket van 92 pagina’s dat ik rustig heb doorgelezen. Al lezend heb ik er dingen bij geschreven en mijn vragen genoteerd. Vervolgens heb ik in twee afspraken met mijn huisarts het dossier doorgenomen. De vragen die ik had, beantwoordde ze en ze gaf veel nuttige uitleg. Ze vertelde ook op welk punt van mijn opname de artsen vreesden voor welke complicaties en wat dat betekende. 

BESEF VAN DE REALITEIT

De eerlijke info van de huisarts was confronterend, maar ook goed. Ik had besef nodig. Besef van de realiteit. Om onder ogen te zien wat er gebeurd is, wat er had kunnen gebeuren en wat dat voor impact op mij heeft gehad. Toen pas kon ik echt accepteren dat mijn lichaam en gezondheid waardevol en kwetsbaar zijn. Dat ik mijn grenzen mag trekken om er goed voor te zorgen, ook wanneer dat betekent dat ik met die grenzen anderen teleurstel. Of dat ik soms mijn eigen verwachtingen teleurstel door naar mijn lichaam te luisteren. 

IEDERS VERDRIET MAG ER ZIJN

In de besloten groep met lotgenoten typte eens een andere moeder (vergeleken met wie ik voor mijn gevoel in de ‘light-categorie’ zat) dat ieder haar eigen verdriet mag hebben, ongeacht wat je precies hebt doorgemaakt. Het leek alsof ik toen pas toestemming voelde om mijn verdriet de ruimte te geven. Je hoeft je niet af te meten aan andermans situatie en leed. Als je je rot voelt om wat jou gebeurt, dan is dat zo. Dan mag je daar bij stil staan, het benoemen. Ik had dat niet gedaan en kijk wat het me opleverde: een baggerverwerking. Bleh. Sindsdien luister ik steeds beter naar wat ik nodig heb, wat mijn gevoel van me vraagt. En ik vind het oké om te leren van wat niet direct goed gaat. Zo leg ik de lat wat lager en is er ook geen noodzaak om mijzelf te vergelijken met anderen.

TERUGBLIK: NU IS HET WEL MIJN EIGEN VERHAAL

In juni 2016, drie maanden na de geboorte, mailde ik de cursusleidster van HypnoBirthing. Ik was onverwachts als eerste van onze groep bevallen. Ik vertelde over de reden van de vroeggeboorte – de pre-eclampsie – en de eerste tijd daarna. Ik sloot af met het volgende 

Het is soms ook best gek om het terug te lezen. Alsof ik het verhaal van iemand anders lees en dan onder de indruk ben van wat er gebeurd is; maar zelf voelt het niet alsof ik iets heftigs heb meegemaakt.

Volgens mij geeft dit goed weer dat ik toen vanaf een afstand enigszins begreep dát het impact heeft, maar dat ik het van binnen nog absoluut niet toeliet om echt te ervaren. Inmiddels ben ik daar via een lange weg van herstel wel doorheen gegaan. Als ik alles nu teruglees, lees ik wél mijn eigen verhaal. Ik weet dat het heftig was en ik weet dat het narigheid heeft gebracht, maar ook heel veel moois. Een ton aan zelfkennis; nieuw werk als zelfstandig ondernemer*, speciaal voor vrouwen die dit ook doormaakten; een hechtere band tussen mij en mijn lieve zorgzame man; een rol voor het leven: moeder zijn; en last but not least, onvoorwaardelijke liefde voor mijn kind. 

*Laura de Boer is ervaringsdeskundige en zet zich als wandelcoach in om vrouwen na pre-eclampsie en HELLP te ondersteunen: https://wandelhellper.nl 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *